Zaterdag, 13 september 2014

Je houdt het niet voor mogelijk maar ik heb een mailtje uit Malawi binnen! Het heeft vooral moeite gekost maar het is gelukt. “Maar,” zei Gijsje gisteravond, “dit doe ik niet nog een keer want het is een heel gehannes.” Ondertussen kent iedereen op het terrein de witte mevrouw. Ze spreken haar naam uit als ‘Haisje’ daar neemt ze graag genoegen mee. Een man op het terrein herkende haar meteen van de vorige keer en riep: “Welkome home Haisje !”

We zullen het verder moeten doen met de berichtgeving die ik per sms of telefoon binnen krijg.

De koers is 508,68 Kwacha voor 1 Euro. Ik meende van Gijsje begrepen te hebben dat de bijdrage voor een consult MLK 50,- oftewel € 0,46 was. Dat moet ik bijstellen. Dat is dus € 0,10 per consult. Toch zijn er mensen die dat niet kunnen betalen.

Voor het versturen van de mail vroeg de man MLK 1.500,- (Kwacha), nog geen € 3,- da’s wel te doen zou je zeggen maar de man moet er wel 3 kwartier voor reizen. Dat vindt Gijsje te bezwaarlijk.

Dit is DEEL 1 van het verslag dat Gijsje nu gemaild heeft:

Malawi 2014
De tweede keer is niet een herhaling van de eerste keer, de tweede keer is gewoon weer nieuw.
Wel zijn er de herkenningspunten, de dingen die ik eerder heb gezien; het gezicht van Griffin, onze vaste taxichauffeur, hij is inmiddels getrouwd en gaat deze maand vader worden, hij glundert er over. Hij is inmiddels eigen baas met een eigen auto. The Flame Tree, het guesthouse in Mzuzu waar we logeren. Het vliegveld.
Ik blijf de ondoorgrondelijke en vooral niet-vriendelijke gezichten van het controlepersoneel niet prettig vinden. Alsof ik van tevoren al verdacht ben en me dus een pietsie schuldig ergens over zou moeten voelen. En dat voelt dan weer niet eerlijk.

Bij aankomst op het vliegveld van Lilongwe worden we opgesteld in een rij en worden we allemaal getemperatuurd met zo’n klein kanonnetje, gericht op onze voorhoofden. Tjonge, je zal maar net een gewone kou te pakken hebben, mag je er dan niet in? Op het vliegveld van Nairobi zag ik een aantal Chinezen met een mondkapje voor lopen – angst alom.
Bij de paspoortcontrole werden er vaccinatieboekjes gecontroleerd. Gelukkig keken en vroegen ze bij mij nergens naar. De inenting voor Gele Koorts is alleen verplicht als je uit een Gele Koortsland komt of er doorheen reist.
Aan het einde van de rit richting Mzuzu werd de lucht donker, het werd mistig en bar koud. Het lijkt bij Mzuzu te horen, die stad ligt gewoon op de verkeerde plek. En in die koude mist: open vrachtwagentjes, volgepakt met bagage en mensen, vrouwen met blote armen, een oude man bibberend van de kou. Mensen hangen over de rand, moeten zich vasthouden om er niet uit te vallen, en dat op een ronduit slechte weg. Er gebeuren de meest vreselijke ongelukken mee met doden en gewonden.
Langs de weg naar Mzuzu wordt hout gewonnen, er is een beste kaalslag daar. Gelukkig wordt er nieuw bos geplant. Ik hoop dat de nieuwe bomen het op kunnen nemen tegen het enthousiasme waarmee het hout weggekapt wordt. Langs de weg wonen de arbeiders onder schamele afdakjes. Griffin is verontwaardigd: “De mensen leven hier als dieren!” En dat klopt, ze moeten maar zien hoe ze aan water en eten komen, de kou wordt verjaagd door een schamel vuurtje en er is geen medische zorg en geen educatie. De daken van de onderkomens zijn half bedekt met plastic, vastgezet met een paar planken. De mensen leven om in leven te blijven en dat is triest om te zien. Ergens in deze verlaten woestenij, onder een afdakje, in de kou staat een vrouw met een baby in haar armen, ze houdt hem dicht tegen zich aan. Zo op het oog helemaal alleen. Wat een trieste bedoening zo.

2 September.
In Mzuzu, in “The Flame Tree”, heb ik heerlijk geslapen. Even na negen uur kwamen Griffin en een maat met een gammele, maar kennelijk iets betere auto mijn collega Arjen en mij halen. Vier personen en drie zware koffers bleek een beetje te veel van het goede voor de auto van Griffin. Het laatste stuk van Bolero naar Eva Demaya bleek een zandweg die zo vol gaten en kuilen zit dat we er af en toe kruipend overheen moesten. Arme auto!
Mijn collega-homeopaten op het centrum waren enorm blij me te zien, een vreugdekreet en een beste knuffel, heerlijk! Ook de andere mensen die ik twee jaar daarvoor ontmoet heb waren opgetogen, het voelde een beetje als thuis komen. In de loop van de middag heb ik mijn beide koffers uitgepakt en alle spullen gesorteerd, alle BH’s op een rij, speelgoed voor de nursery, alle benodigdheden voor de kliniek, wat heb ik veel goeds mee! Wat is het heerlijk om zoveel goede gaven door te kunnen geven. Nog even de spullen naar de kliniek gebracht en sfeer geproefd, ik heb er weer zin in!

3 September.
Het is goed om weer in de kliniek te zijn. Het duurt maar heel even maar dan zit ik er weer helemaal in. Het centrale gebouwtje is gebombardeerd tot “hoofdkantoor”, daar staat de voorraad en daar is de administratie, de beide gebouwtjes ernaast zijn de spreekkamers. Het heeft wat voeten in de aarde gehad, maar de patiënten moeten nu 50 Kwacha betalen voor een consult. Dat is omgerekend 10 Eurocent. Dat is te doen, de dokter in de gewone kliniek is duurder en de medicijnen daar al zeker tien keer zo duur. Verzekeringen bestaan nog niet in dit achterland.
Ook deze dag zijn er momenten dat het lijden van dit land me diep treft. Voor de kliniek zit een kindje bij z’n moeder op schoot, hij heeft ringworm in een veel te ver gevorderd stadium. Het is daardoor erg ziek. Het hangt ook op schoot zoals alleen een erg ziek kind bij z’n moeder op schoot hangt. De moeder kijkt langs me heen met een blik waar alle zorg en verdriet en gelatenheid in te lezen staat. Het doet pijn. Ringworm, zeker in een eerder stadium is prima te behandelen, de mensen komen vaak veel te laat naar de kliniek.
Aan het einde van de dag arriveert een ernstig zieke vrouw, ze mankeert werkelijk van alles, vertelt het met de armen hemelwaarts geheven, en we kijken even in haar “boekie boekie”, ze is HIV-positief. Aids is de vloek van Afrika!

Eenmaal weer in het guesthouse zegt Nelly dat ze warm water voor me heeft voor een bad. Heerlijk! In de doucheruimte (waar de douche alleen koud water produceert) staat een plastic bak, en die half gevuld met warm water dat is een luxe. Eerst op mijn knieën ervoor om mijn haren te wassen, daarna ga ik er in zitten en plons me af. Er is net genoeg water om in te zitten. Daarna met mijn voeten er in en ik ben weer schoon – wie doet me wat!