Donderdag, 9 oktober 2014

In dit hoofdstuk staat het complete verslag met wat foto’s.

DSC01094A

voor de rubberbomen

Malawi 2014

De tweede keer is niet een herhaling van de eerste keer, de tweede keer is gewoon weer nieuw.
Wel zijn er de herkenningspunten, de dingen die ik eerder heb gezien: het gezicht van Griffin, onze vaste taxichauffeur, hij is inmiddels getrouwd en gaat deze maand vader worden, hij glundert er over. Hij is inmiddels zijn eigen baas met een eigen auto. The Flame Tree, het guesthouse in Mzuzu waar we logeren. Het vliegveld. Ik blijf de ondoorgrondelijke en vooral niet-vriendelijke gezichten van het controlepersoneel niet prettig vinden. Alsof ik van tevoren al verdacht ben en me dus een pietsie schuldig ergens over zou moeten voelen. En dat voelt dan weer niet eerlijk.
Bij aankomst op het vliegveld van Lilongwe worden we opgesteld in een rij en worden we allemaal getemperatuurd met zo’n klein kanonnetje, gericht op onze voorhoofden. Tjonge, je zal maar net een gewone kou te pakken hebben, mag je er dan niet in? Op het vliegveld van Nairobi zag ik een aantal Chinezen met een mondkapje voor lopen – angst alom. Bij de paspoortcontrole werden er vaccinatieboekjes gecontroleerd. Gelukkig keken en vroegen ze bij mij nergens naar.
Aan het einde van de rit richting Mzuzu werd de lucht donker, het werd mistig en bar koud. Het lijkt bij Mzuzu te horen, die stad ligt gewoon op de verkeerde plek. En in die koude mist: open vrachtwagentjes, volgepakt met bagage en mensen, vrouwen met blote armen, een oude man bibberend van de kou. Mensen hangen over de rand, moeten zich vasthouden om er niet uit te vallen, en dat op een ronduit slechte weg. Er gebeuren de meest vreselijke ongelukken mee met doden en gewonden.
Langs de weg naar Mzuzu wordt hout gewonnen, er is een beste kaalslag daar. Gelukkig wordt en nieuw bos geplant. Ik hoop dat de nieuwe bomen het op kunnen nemen tegen het enthousiasme waarmee het hout weggekapt wordt. Langs de weg wonen de arbeiders onder schamele afdakjes. Griffin is verontwaardigd: “De mensen leven hier als dieren!” En dat klopt, ze moeten maar zien hoe ze aan water en eten komen, de kou wordt verjaagd door een schamel vuurtje en er is geen medische zorg en geen educatie. De daken van de onderkomens zijn half bedekt met plastic, vastgezet met een paar planken. De mensen leven om in leven te blijven en dat is triest om te zien. Ergens in deze verlaten woestenij, onder een afdakje, in de kou staat een vrouw met een baby in haar armen, ze houdt hem dicht tegen zich aan. Zo op het oog helemaal alleen. Wat een trieste bedoening zo.
2 september.
In Mzuzu, in “The Flame Tree”, heb ik heerlijk geslapen. Even na negen uur kwamen Griffin en een maat met een gammele, maar kennelijk iets betere auto mijn collega Arjen en mij halen. Vier personen en drie zware koffers bleek een beetje te veel van het goede voor de auto van Griffin. Het laatste stuk van Bolero naar Eva Demaya bleek een zandweg die zo vol gaten en kuilen zit dat we er af en toe kruipend overheen moesten. Arme auto!
Mijn collega-homeopaten op het centrum waren enorm blij me te zien, een vreugdekreet en een beste knuffel, heerlijk! Ook de andere mensen die ik twee jaar daarvoor ontmoet heb waren opgetogen, het voelde een beetje als thuis komen. In de loop van de middag heb ik mijn beide koffers uitgepakt en alle spullen gesorteerd, alle BH’s op een rij, speelgoed voor de nursery, alle benodigdheden voor de kliniek, wat heb ik veel goeds mee! Wat is het heerlijk om zoveel goede gaven door te kunnen geven. Nog even de spullen naar de kliniek gebracht en sfeer geproefd, ik heb er weer zin in!

3 september.

de kliniek

de kliniek

Het is goed om weer in de kliniek te zijn. Het duurt maar heel even maar dan zit ik er weer helemaal in. Het centrale gebouwtje is gebombardeerd tot “hoofdkantoor”, daar staat de voorraad en daar is de administratie, de beide gebouwtjes ernaast zijn de spreekkamers. Het heeft wat voeten in de aarde gehad, maar de patiënten moeten nu 50 Kwacha betalen voor een consult. Dat is omgerekend ongeveer € 0,10. Dat is te doen, de dokter in de gewone kliniek is duurder en de medicijnen daar al zeker tien keer zo duur. Verzekeringen bestaan nog niet in dit achterland.

Ook deze dag zijn er momenten dat het lijden van dit land me diep treft. Voor de kliniek zit een kindje bij z’n moeder op schoot, hij heeft ringworm in een veel te ver gevorderd stadium. Het is daardoor erg ziek. Het hangt ook op schoot zoals alleen een erg ziek kind bij z’n moeder op schoot hangt. De moeder kijkt langs me heen met een blik waar alle zorg en verdriet en gelatenheid in te lezen staat. Het doet pijn. Ringworm, zeker in een eerder stadium is prima te behandelen, de mensen komen vaak veel te laat naar de kliniek.
Aan het einde van de dag arriveert een ernstig zieke vrouw, ze mankeert werkelijk van alles, vertelt het met de armen hemelwaarts geheven, en we kijken even in haar “boekie-boekie”, ze is Hiv-positief. Aids is de vloek van Afrika.
Eenmaal weer in het guesthouse zegt Nelly dat ze warm water voor me heeft voor een bad. Heerlijk! In de doucheruimte (waar de douche alleen koud water produceert) staat een plastic bak, en die half gevuld met warm water dat is een luxe. Eerst op mijn knieën ervoor om mijn haren te wassen, daarna ga ik er in zitten en plons me af. Er is net genoeg water om in te zitten. Daarna met mijn voeten er in en ik ben weer schoon – wie doet me wat.
4 september.
BH-feest.

DSC05647A

de twee koffers gingen stampvol

Aan het einde van de ochtend zijn we even door de patiënten heen. Ik haal de drie volle tassen met h’s te voorschijn en kieper ze op de behandeltafel. Ruth vraagt voorzichtig of er voor haar ook eentje bij zit, ze is erg mager en bijna plat. “We gaan kijken Ruth, er zijn niet zoveel kleine maatjes, maar er is er vast wel eentje voor jou bij.” Ze glimt al van te voren! Ruth en Agnes (die iets meer heeft), sorteren de kleine maatjes er uit. Dan komen er een paar dames voorbij wandelen die ook op het terrein werken. Eén kreet is genoeg en ze staan binnen, bekijken met grote ogen al dat moois. Eerst nog een lichte aarzeling en dan gaan de borsten bloot. Gelukkig vinden we er één voor Ruth en Agnes. Als ze daarna hun kleren weer aan hebben voelen ze helemaal blij hun bh “zitten”, aaien er over en dansen door de kliniek. Er is nog één klein vrouwtje met net niks, ze bekijkt hoopvol de kleine maatjes en ik pas haar een lichte kanten bh. Ook die is te groot, ze kan haar teleurstelling nauwelijks verbergen. Maar dan vouw ik aan de binnen kant de overige stof over elkaar en zeg haar dat ze dat vast kan naaien, dan zit het precies goed. Tjonge de blik in haar ogen! Zo trots, zo blij, en mooi dat ze ‘m aan houdt!

BH-feest

ongekende luxe

Eenmaal de kleren weer aan aait ze voortdurend over haar boezem, ze kan er bijna niet mee stoppen. Elke vrouw die een mooie BH aan heeft, danst zingend door de kliniek: “Thank you Haisje, thank you, yhank you Haisje!” Hierbij dus voor alle dames in Nederland die welwillend hun mooie BH’s hebben weggegeven: jullie hebben heel veel vrouwen ontzettend blij gemaakt, dank jullie van harte uit naam van deze vrouwen! Twee dagen later waren alle BH’s opgelost. De BH’s die ik niet mee heb kunnen nemen, ga ik opsturen zodra ik thuis ben.
De verpleegkundige, annex vroedvrouw is een kleine, parmantige dame die zo dik is dat je haar bijna alleen nog maar kunt rollen. Ze beweegt zich zwoegend en steunend voort, heeft een vaste aanstelling en woont dus op het terrein. Haar stem lijkt altijd wel te schreeuwen maar ze is heel vriendelijk. Overdag werkt ze in de kliniek, assisteert de dokter en ‘s nachts doet ze in haar eentje de bevallingen, dat is hard werken! Ik kan met geen mogelijkheid haar leeftijd raden. Ruth vertelt dat ze voor een rijtje kinderen van haar gestorven verwanten zorgt. Dat gebeurt hier vaak, mensen overlijden jong aan ziekten, ongelukken of aids. De kinderen zijn automatisch voor de familie.
De dokter is deze maand een jonge vrouw, Judith, ze is vijfentwintig en bijna afgestudeerd voor arts. Als ik het goed heb begrepen doet ze in maart eindexamen. Ze loopt hier stage. Oftewel: ze doet praktijkervaring op. Zonder begeleiding, je redt je maar. Judith is erg blij met vrouwelijk gezelschap, voelt zich best een beetje eenzaam, we kunnen het prima vinden samen. Een vaste arts vinden voor hier is een crime, bijna geen enkele arts wil hier in het arme noorden wonen en werken. Dus wisselen ze per maand zo’n beetje.

collega homeopaten

collega homeopaten

De kliniek is om half acht open. Nou ja, zo’n beetje na half acht komen de homeopaten en patiënten binnen druppelen. Geen haast alstublieft. Mijn Nederlandse punctualiteit als het om tijd gaat, past zich snel aan. Het werkt ontspannen.
Een dag ziet er heel gevarieerd uit. Als wij deze dag arriveren zit er al een man in de wachtruimte. Ruth kijkt een beetje bezorgd, wijst naar buiten en tikt tegen haar hoofd: “He is mentally!” omdat ik haar niet direct begrijp (mentally kan een heleboel betekenen) pakt ze de status van de man en dan zie ik het: 35 jaar oud, hoogstwaarschijnlijk ooit beroerde drugs gebruikt en nu chaos in het hoofd. Diagnose: schizofrenie. Een geschiedenis van geweld, huisgenoten bijten, meubels door de kamer smijten, enz. De man heeft de keren dat hij kwam prima gereageerd op Stramonium en Ruth vraagt mij te kijken af er alternatieven zijn. Ik leg haar uit dat, gezien de geschiedenis, wij hem niet kunnen genezen, hoogstens helpen met wat rust in zijn hoofd brengen, daarom komt de man met regelmaat terug, ondanks de twee uur lopen. Wij blijven hem Stramonium geven. Ruth geeft hem omzichtig zijn flesje met zijn middel. Hij betaalt niet en vertrekt. Ineens staat hij weer binnen en ik zie mijn collega’s verstijven. Ik loop naar de man toe en kijk hem vragend aan: het blijkt dat hij mij alleen even gedag wilde zeggen. Ik wens hem het beste en nu vertrekt hij echt. Ruth vertelt dat hij de laatste keer dat hij er was, de ambulance startte en weg wilde rijden. En natuurlijk begrijp ik hun omzichtige gedrag. “Arme man,” zeg ik, “zie je de onrust in zijn ogen?” Maar Ruth en Agnes zijn voornamelijk opgelucht.
Daarna is het even rustig. Die tijd wordt benut voor lesgeven. Er is een vraag naar aanleiding van een casus van de vorige dag. Het is leuk lesgeven aan mensen die heel graag willen leren. Even later komen er twee dames bij zitten en ze wachten rustig tot ik ben uitgepraat. Ze komen voor een BH. De deur gaat dicht, geen man die er iets mee te maken hoeft te hebben met zijn nieuwsgierige hoofd en uit het restant vinden we nog een paar goed passende BH’s. Vrouwen blij, deur weer open, tijd voor de inmiddels gearriveerde patiënten. In dit jaargetijde, het is nog steeds winter, hebben we voornamelijk te maken met hoesten, braken en diarree en koorts. Niet echt malaria, dat hebben we in de zomer als het bloedheet is en regent en de muggen welig tieren. Het lijkt simpel, maar hoesten ontaard hier heel gemakkelijk in longontsteking en braken en diarree kan door de uitdroging al snel dodelijk zijn. Met name de kinderen zijn door de eenzijdige voeding kwetsbaar.
Voor ik het weet komt Nelly binnen met een dienblad met thee, onafscheidelijk vergezeld door een schaaltje biscuitjes. Tea time! Voor mijn collega’s is dit hun ontbijt. Ze staan om een uur of vijf (of vier) op, doen hun huishouden en Ruth moet twee uur lopen voor ze bij de kliniek is. Ze kopen wat broodjes langs de weg en om tien uur rammelen ze van de trek.
Ik heb mijn horloge maar afgedaan, de tijd is niet belangrijk, die wordt vanzelf ingevuld door de gebeurtenissen.

zo klein en zo'n bos haar

zo klein en zo’n bos haar

Daarna weer aan de slag: een moeder met hoofdpijn en buikpijn. Het heeft geen zin om naar de mind-symptomen te vragen we moeten het doen me de physical symptoms. Malawiërs zijn niet gewend om over hun gevoelens te praten, als je dat al doet, kijken ze je stomverbaasd aan. Er arriveert en vrouw met een jongetje van zeven jaar. Het jongetje kijkt doodsbang, blijkt niet haar eigen kind te zijn. Zijn moeder drinkt te veel en kijkt niet naar de kinderen om. Het kind is eigenlijk alleen wat ondervoed en wij leggen uit dat deze jongen gebaat is bij goed voer en hoop liefde. Ze krijgt een food package mee.
Daarna lunch. Die bestaat steevast uit een klodder mais brij die nergens naar smaakt en vergezeld gaat met óf bruine bonen, óf groene blaadjes die wat op spinazie lijken en erg zout zijn, óf kool. Eén keer in de week vlees. Het is het standaard menu van de Malawiërs. Ze krijgen hier op Eva Demaya onder de middag heel goed te eten. Aangezien ik al een goed ontbijt achter de knopen heb, eet ik weinig. Ze vragen me steevast bezorgd of ik wel in orde ben.
We hebben een heel uur voor de lunch. Aangezien ik van het gekwetter dat na het eten losbarst, geen steek versta, ga ik lekker zitten breien. Vierkantjes voor de deken voor de baby van Job en Tatjana die deze maand geboren gaat worden. Dat vinden de vrouwen interessant en inmiddels heeft Ruth het patroon te pakken, ze gaat van restanten ook een deken breien. Een volgende bijdehante dame zegt dat ze twee maanden zwanger is en ook wel een deken wil. Ik vraag haar doodbedaard of ze kan breien. Nee”, zegt ze hoopvol. “Zorg dat je iemand vindt die het je gaat leren”, reageer ik. Inmiddels ben ik gewend aan de gemakkelijke manier waarop sommige Malawiërs je iets kunnen vragen.
Naar aanleiding van de komst van mijn kleine kleinkind vragen de vrouwen hoeveel kleinkinderen ik heb en ze zijn heel geïnteresseerd in het boekje dat mijn kleinkinderen voor mijn verblijf in Malawi hebben gemaakt. Ze vinden het prachtig!
Na de lunch nog even tijd voor les en daarna weer patiënten. De middag is meestal een stuk rustiger, de mensen moeten vaak een heel eind lopen en willen voor het avondeten en donker weer thuis zijn.
5 september.
Het is voor mij het meest mooie zomerweer dat ik me kan bedenken: koel en fris in de ochtend en heerlijk warm in de loop van de dag. Als de zon er goed doorkomt is het behoorlijk warm. Voor de Malawiërs is het koud, ze lopen met truien en vesten aan. In september moet de winter zo langzamerhand gedaan zijn en moet het warmer worden maar daar lijkt het nog niet echt op. De nachten zijn koud, zo’n beetje 16 graden. Ik merk daar niets van, slaap in een comfortabele hut onder genoeg dekens. Maar in de hutjes is het koud. Eén keer per jaar worden er dekens gedeeld en soms slapen er wel vier kinderen onder één deken. De open stookpotten staan dan ook nog in de hutjes en in hun slaap kruipen kinderen naar de warmte. Het levert de meest beroerde brandwonden op.
De homeopatische kliniek heeft een goede reputatie als het gaat om de behandeling van wonden. De reguliere kliniek stuurt mensen met beroerde wonden vaak naar ons toe. Onze resultaten zijn prima. Het gaat hier niet om afgunst of geld, hier gaat het om gezondheid.
Deze ochtend kwamen Ruth en Agnes tegen achten aanzetten. Het is niet zo dat ze te laat zijn, ze hebben dan ergens anders op het terrein één en ander te regelen. Broodjes voor tijdens de thee, spullen voor in de kliniek, dat kan allemaal vroeg in de ochtend.
Er zat al een dame te wachten. Ze heeft meestal wel een vorm van vervoer maar als ze het lopend moet doen is ze zes uur onderweg.
Maandag 8 september.

met collega Agnes

met collega Agnes

Het weekeinde was ik vrij en die dagen heb ik in alle rust doorgebracht, af en toe in het gezelschap van Judy, even wandelen, lezen, breien. Heerlijk uitgerust!
Even na half acht zijn Ruth en Agnes ter plaatse. Er zitten al vier moeders met baby’s op hun rug te wachten. Mijn collega’s komen tot de conclusie dat de schoonmaker er deze ochtend niet is geweest. Hij is naar een begrafenis maar heeft geen vervanging geregeld. Maar zo kunnen we in de kliniek geen patiënten ontvangen. De lemen vloer ligt nog bezaaid met stof en rommeltjes en papiersnippers van de door ratten aangevreten statussen. Eerst schoonmaken! Agnes pakt een bezem en Ruth organiseert een emmer met water en een dweil-mop, beiden hangen in één van de boompjes bezijden de kliniek. De dames gaan rustig aan het werk. Ik mag niets doen . Op deze manier wordt het uiteindelijk na negen uur voor we aan de gang zijn. Niemand maakt zich er ook maar een ogenblik druk over, het komt allemaal goed, de zon schijnt. Witte mensen hebben klokken, Afrikaners de tijd.
Ik werk deze ochtend samen met Agnes, zij doet de intake en het schrijfwerk, samen werken de gegevens uit. Ruth werkt alleen. Het gaat prima, we hebben de gang erin. Er komt een man aan die zichzelf heel erg belangrijk vindt, hij arriveert per auto, vertelt dat hij haast heeft en wil meteen geholpen worden en dat gebeurt ook, dat lijkt iedereen wel gewoon te vinden. Ik laat het zo.
Even later komt er een man aanhinken. Zijn linker voet is extreem gezwollen – de blik in zijn ogen is beslist niet fris. Hij ziet er trouwens helemaal sjofel en stoffig uit. Hij vertelt dat hij een glassplinter in zijn voet heeft. Dat kan – aan de buitenkant is niets bijzonders te zien. Ruth geeft hem Silica (dat erom bekend staat vreemde voorwerpen naar buiten te werken (het homeopatische chirurgische mes). En daarna blijft de man in de wachtkamer zitten. Ruth, die iedereen in de wijde omgeving lijkt te kennen, vertelt dat hij zwaar alcoholist is en vanaf klein kind af aan enorme problemen heeft veroorzaakt. Tijdens de lunch brengt iemand hem een bord eten. Daarna blijft hij rustig zitten met de boodschap: iemand gaat wel iets voor mij regelen. Nou, dat gebeurt aan het einde van de middag, er komt iemand van het terrein met een fiets en brengt hem waar hij wezen moet. Drie dagen later is hij er weer, deze keer lopend – zwelling nagenoeg verdwenen en een open wond (je) aan de bovenkant van zijn voet. Ruth drukt licht aan de zijkanten en er floept een megagrote doorn uit. Ze komt het triomfantelijk laten zien terwijl Agnes en ik bij een andere patiënt zitten. Ik hoef mijn collega’s hier niets te leren over wonden en wondverzorging, ze zijn er uitmuntend in! Dit soort problemen zal je in een Nederlandse praktijk nauwelijks meemaken. Een verdwenen splinter wordt gewoon gelokaliseerd en verwijderd. Maar dit is Afrika.
Wel heb ik met een beetje zorg gezien dat het verband dat ik meebracht heel erg nodig is, thuis heb ik nog een heleboel, dat gaat ook opgestuurd worden!
Donderdag 11 september
De dagen gaan snel. Elke dag gaat rustig werkend voorbij. Zaterdag gaan we met z’n vieren, Andrea, Agnes, Ruth en ik met de ambulance, volgeladen met spullen uit de kliniek, een dag in een dorpje verderop in het Noorden aan de slag. Als ik het goed heb begrepen, mogen we de school daar gebruiken. Meestal zien we op “outreach” zo’60 tot 80 patiënten per dag.

markt

markt

Op dinsdag is er markt. Een heel eind verderop, ik denk wel een uur lopen. Judith wil er even uit. Het valt niet mee om pas 25 jaar oud, een maand lang gescheiden van je familie, in je eentje dag en nacht dokter te zijn. “Haisje, ga je mee naar de markt?” Dat lijkt me. Mijn collega’s vinden het prima als ik er een paar uur tussenuit ga, Judith regelt de zuster als waarneming en dan blijkt dat Judith helemaal geen zin heeft in “footing”. Er blijken hier en daar op het terrein wel wat fietsen te zijn en
Judith vraagt bezorgd of ik durf te fietsen. () Ze regelt twee herenfietsen te leen (damesfietsen kennen ze hier niet) en die blijken zo gammel te zijn dat Judith’s vraag bijna gegrond lijkt. Judith’s fiets heeft een kantelend zadel en van mijn fiets blijken de remmen niet te werken. Best eng in dit wat heuvelachtig gebied. We wagen het er op. Het pad van het terrein van Eva Demaya loopt fors naar beneden en zit vol kuilen en stenen.
Als ik eenmaal rij, kan ik nooit meer stoppen, maar het gaat goed. Judith heeft er meer moeite mee. Er zijn heel veel mensen op de been, een aantal loopt richting de markt en de mensen die terugkomen hebben hun voorraad voor een week op hun hoofden. Een enkele fiets, ook volgeladen. Onderweg krijg ik een heleboel commentaar, een blanke dame op de fiets zien ze nooit, blanken verplaatsen zich per auto. Gelach, duimen omhoog en ik roep vrolijk: “Natandara!”(goede middag). Op de markt is het bere-druk, heel veel mensen en er is van alles te koop: eten, suikerrietstengels, potten en pannen, gebruikte kleren, slordig op stapeltjes, schoeisel, lappen stof, en er hangt een geslachte geit aan de zijkant van een kraampje, die wordt langzaam aan afgepeld en ter plekke gebraden. Ik ben de enige blanke en trek een berg bekijks. En eenmaal aangekomen bij de stoffenkraam kan ik het natuurlijk niet laten. Ik wil eerst een foto maken en zeg tegen de koopman: “Lach effe.” Dat doet ’ie niet. Toch koop ik voor 1200 Kwacha twee meter stof. Ik betaal met 1500 Kwacha. “No change?”, probeert de man. “Je maakt een grapje”, reageer ik en als ik mijn wisselgeld krijg zeg ik: “Je kunt niet eens lachen”. Jammer dan.

DSC00970

verlegen voor zo’n witte mevrouw

En dan, vrijdag is het zover: de manager van de nursery komt naar ons toe. De tas met speelgoed die ik heb gekocht in zijn handen. De inhoud wordt gewetensvol geteld en opgeschreven, en we besluiten dat het speelgoed op de nursery blijft. Er zijn zo’n zestig kinderen en er is niet voor iedereen een speeltje. Ze moeten samen doen – dat is niet erg.
Er zijn autootjes, ballen, stevige ballonnen en dat leent zich voor samen spelen. De kinderen zijn helemaal niets gewend en de manager is blij dat het speelgoed er stevig uitziet. Het blijkt dat speelgoed daar meestal geen lang leven is beschoren. We lopen naar de nursery en de kinderen gaan meteen naar binnen. Ze zingen een soort welkom en de manager legt met een bloedserieus hoofd uit wat de bedoeling is. Daarna gaat hij aan het delen. De kinderen, ergens tussen de twee en vijf jaar, kijken stomverbaasd naar het moois. Een enkele bijdehante kleuter rolt de bal weg en gaat er achter aan. Hij snapt het . Ik voel me aan de ene kant rijk omdat dit mooie speelgoed op de juiste plaats is. Maar ik voel me ook machteloos omdat het veel te weinig is. En ik neem me voor om van het geld dat ik over heb van deze keer een beste berg speelgoed te kopen en op te sturen. Er moeten toch nog een paar pakketten naar Eva Demaya: de restanten Bh’s, veel verbandmiddelen, totaalvitamines voor kinderen (hun wonden genezen vaak slecht door het eenzijdige eten), dat kan wel aangevuld met speelgoed. Bovendien willen Ruth en Agnes graag breien maar wol kopen is eigenlijk een te dure luxe. Andrea heeft geen veters in zijn schoenen en blijkt al een jaar of drie geen sokken te hebben.

 

 

blijdschap alom

blijdschap alom

DSC00965

nooit eerder gezien

13 september.
Vandaag outreach naar Thazima. Dat betekent dat alles wat we nodig hebben voor een dag praktijk draaien (in een school waar verder helemaal niets is) in de ambulance geladen wordt. Je moet je voorstellen dat dertig kilometer naar het zuiden een stadje is met nog een ziekenhuis, verder naar het noorden was er vóór Eva Demaya alleen de traditionele kruidengeneeskundige. Bevallingen vinden plaats op de lemen vloeren van de hutjes, zonder enige medische zorg. Het levert een onwaarschijnlijk hoog sterftepercentage op van moeders en baby’s.
Jacqueline van Kouwenhoven, van oorsprong een Nederlandse maar nu met een Malawi-paspoort, begon in 2001 hier een gezondheidscentrum. Het is nu uitgegroeid tot wat ik elke keer weer een baken van hoop noem: er is een polikliniek (waar altijd medicijnen zijn), een homeopatische kliniek (ook altijd medicijnen en verbandmiddelen), een kraamkliniek, een birth control kliniek, voorlichting over aids, er zijn diverse opleidingen (naaister, timmerman) en een afdeling microkrediet. De allerarmsten krijgen een food package mee. En op het moment zijn we bezig om 11 aankomende homeopaten een halfjaar intensieve training te geven zodat binnen afzienbare tijd drie nieuwe klinieken verder naar het noorden geopend kunnen worden. En reken maar dat zoiets een hele organisatie is! Deze maand is mijn collega Arjen Pasma bezig met een intensieve training en volgende maand moeten deze homeopaten zichzelf kunnen redden. Zij werken zeer gedisciplineerd en zijn trots op hun opleiding en kennis.
Wel, terug naar de outreach. Om acht uur ’s morgens zijn alle tassen gepakt en worden in de ambulance geladen. Het is een stevige auto met beste banden en dat is bar nodig op de wegen die eigenlijke geen wegen mogen heten.

 

 

DSC00978

patiënten wachten geduldig

DSC00976

klaslokaal

En stel je van de ambulance verder niets voor: er zit een simpele bank in waar een patiënt op kan liggen en daar houdt het dan mee op. Ernstig zieke mensen worden daar mee naar het ziekenhuis verderop gebracht. Een patiënt ophalen is er niet bij: geen telefoon. Iemand die niet (meer) kan lopen wordt gedragen of per fiets vervoerd. Als alles is ingepakt blijkt dat twee homeopathie-studenten die in het weekeinde niet naar huis kunnen vanwege de afstand, ook mee gaan. Half negen: vertrek. Het eerste stuk van de weg gaat nog. Als we op een gegeven ogenblik rechts afslaan en meer het gebergte ingaan wordt de weg zo smal dat er eigenlijk geen twee auto’s elkaar kunnen passeren. Geen nood, die zijn er ook niet. De bergen op en af zijn de sporen door de regen zo diep dat onze chauffeur kruipend zijn weg moet vinden. Gelukkig is hij het gewend. Met een duizelingwekkende snelheid van gemiddeld dertig
kilometer per uur bereiken we na een uur onze bestemming: een keurig dorp, en we mogen gebruik maken van de school.
Er zitten al heel veel patiënten te wachten, meest moeders met kinderen. Twee lege lokalen waar een restant van ouderwetse schoolbanken in staan, van sommigen zijn de poten een eind verrot, van sommigen ontbreken de bovenbladen , maar ach, er wordt lesgegeven. Met een geroutineerde snelheid wordt alles uitgeladen. Ik kijk het aan en bemoei me er niet mee, dit kunnen ze uitstekend zonder mij. Even later zijn we aan het werk. Agnes doet het papierwerk, de registratie, legt alle boekie-boekies met de casussen op een rij en ik krijg Bannet, één van de studenten als vertaler mee. Hij blijkt verrassend helder, heeft de middelen met de speciale eigenschappen uitstekend in het hoofd en als er iets voorbijkomt wat hij nog niet weet, vraagt hij mij een aantekening in zijn schrift te maken. We werken hard en zijn even na vijf uur klaar. Die dag hebben we met z’n allen tachtig patiënten gezien, voelen ons voldaan! Hier in Thazima komt in de toekomst een zelfstandige kliniek en dat is hard nodig.
Eergisteravond arriveerde Jacqueline. Ze is bij de laatste verkiezingen gekozen als parlementslid en vertegenwoordigt deze streek. Daardoor is ze veel weg. Haar komst veroorzaakt vreugde, de mensen zijn heel trots op haar en blij dat ze hen in het parlement vertegenwoordigt. De diverse regeringen hebben een geschiedenis van machtsmisbruik en corruptie. Het land is straatarm! Jacqueline breekt er even een paar dagen tussen uit, de wereld die regering heet is vermoeiend en ze is hier voor twee dagen. Best een klus, want het is ongeveer zes uur rijden. (dat doet haar chauffeur voor haar). Gisteren ben ik op de thee geweest en we hebben fantastisch bijgepraat! Vandaag gaat ze weer naar Lilongwe. Ze vroeg of ik haar wil representeren op een voelbalmatch de komende zondag met Maria, een administratrice. LEUK!
En vandaag is het al weer marktdag. Dus rustig vanmiddag in de kliniek, misschien aan het einde van de middag nog een paar patiënten – tijd voor studie.
Woensdag 17 september.
Tijdens mijn korte ochtendwandeling van het guesthouse naar de kliniek viel mijn oog plotsklaps op net nieuwe, zich ontvouwende groene blaadjes aan een paar bomen. Het is nu nog winter en gedurende deze laatste week wordt het warmer overdag. In de loop van de dag wordt het zo heet dat je graag in de schaduw gaat zitten. Omdat het nog niet regent verbaasde ik mij over de uitbottende bomen. Bij navraag vertelde Ruth dat de nieuwe blaadjes aan de bomen het eerste signaal zijn van de naderende zomer. In oktober wordt het dan heel erg heet. De regens worden in november verwacht en dan wordt de temperatuur ook weer wat aangenamer. Iedereen hoopt heel erg op een goed regenseizoen – weinig regen betekent weinig oogst en dus honger. En er zijn hier al een aantal schrale regenseizoenen geweest .
Vanochtend tijdens het ontbijt had ik een gesprekje met Judith, onze dokter. We hadden het over de sterftecijfers. Ze heeft op diverse plaatsen gewerkt om ervaring op te doen. In erg arme en afgelegen streken ligt het HIV gehalte op 70%. Moet je voorstellen; 7 op de 10 mensen is HIV positief! Ze kreeg een meisje van 12 jaar op consult en vroeg sinds wanneer ze die gezwollen buik had. Niks gezwollen, gewoon getrouwd en zwanger. Uitgehuwelijkt door haar vader omdat die een lening niet terug kon betalen, haar echtgenoot is 14 jaar. Ook HIV positief. Dat gaat de baby ook worden. En heel tevreden hoor, de aanstaande moeder die gezellig met andere kinderen aan het spelen was. Stel je de complicaties eens voor tijdens de bevalling die gewoon op de lemen vloer in hun hutje zal plaatsvinden. En ga niet proberen om de levensomstandigheden te veranderen – dat wordt niet op prijs gesteld. Eventuele vooruitgang moet beginnen met goed onderwijs, goede medische zorg en voorzichtige voorlichting. En het zou ook niet zo gek zijn als de infrastructuur eens wat verbeterde, dan kómt hier tenminste nog eens iemand.

DSC01069A

de inktvisjes hebben hun bestemming

Eén dezer dagen komt de verloskundige de kliniek in wandelen – ik had haar verteld dat ik nog een cadeautje voor de kraamkliniek heb. Mijn schoonzus Teuny heeft een zestal schattige inktvissen gehaakt – toen ze hoorde dat ik bijna ging vertrekken, stuurde ze ze op. Het levert een kreet van bewondering op: één voor één worden de knuffeltjes grondig onderzocht. Er wordt een analyse gemaakt van hoe ze gemaakt zijn en ik vraag hoopvol of er een kraamvrouw is (voor de foto), maar nee, die is net vertrokken. De moeder is ‘s nachts bevallen en vertrekt in de ochtend lopend naar huis. Sterke vrouwen! Maar de komende zes kraamvrouwen krijgen een knuffeltje mee – dat is heel bijzonder.
Woensdag 24 september
Deze dag is de uitgerekende datum van Tatjana, onze schoondochter. We hebben het er goed over gehad of ik rond deze tijd naar Malawi zou kunnen, ze zei heel nuchter: “Gijs, je moet gewoon gaan, anders kun je nooit weg.” Toch voelt het heel vreemd om zo ver weg te zijn terwijl er zo iets belangrijks staat te gebeuren! Ik hou mijn telefoon dicht bij me in de buurt en weet dat vader Bart aan Job mijn telefoonnummer heeft gegeven. Morgen is mijn laatste werkdag in de kliniek. De vrijdagochtend gaat voornamelijk bestaan uit iedereen gedag zeggen. Griffin, onze vaste taxichauffeur komt me om twee uur halen en dit weekeinde ben ik gast van Jacqueline en haar man. We hebben gepland om naar het meer van Malawi te gaan – dat moet erg mooi zijn. Ik heb er zin in!
Zo rustig denkend komt er een heleboel voorbij – de meeste patiënten zijn hoestende en brakende kinderen met diarree – een enkele malaria patiënt, (is prima met homeopathie te behandelen), maar sommigen blijven me heel erg bij. Op een middag komt Ruth met een bedenkelijk gezicht de kliniek binnenlopen: “a wound “ Meestal draaien de dames hun hand niet om voor een wond maar wat ik nu zie is heel erg: een jongen van zeven die een totaal verbrande linkerarm heeft – dat is drie dagen geleden, gaat vanzelf wel weer over toch? Nou dit niet, de vellen hangen erbij en de pus komt er tussen uit lopen. Arm kind, ze komen alleen maar naar de kliniek omdat de jongen de hele nacht heeft liggen huilen! We halen alle drie even diep adem en tot mijn stomme verbazing komt daar ineens William aanlopen. Hij is onze schoonmaker en manusje van alles. Een uiterst vriendelijk joch dat in het begin diep voor me boog. Toen hij dat voor de derde keer deed was ik het zat en zei tegen hem: “Niet voor mij buigen William, we zijn allemaal gelijk!” Hij keek me even heel verrast aan en zei: Thank you madam!” Vanaf die tijd krijg ik een mini-mini buiginkje en steekt hij blij zijn hand op. William blijkt een expert in wondverzorging, hij doet het ook voor de gewone kliniek. Het is begonnen met het feit dat hij erg geïnteresseerd was en nu doet hij heel ervaren alle rotklussen. De zelfvoldane lichte glimlach op zijn gezicht als hij handschoenen aantrekt is onweerstaanbaar! Alle vellen moeten van het arme armpje af. De jongen gilt en protesteert zo hard dat we met z’n vijven het kind in bedwang moeten houden. Hij schopt en bijt om zich heen – alleen al zoiets is een rotklus. Maar William krijgt het voor elkaar: er blijft alleen een kale arm over. Daar gaat een berg Calendulazalf op, er gaat Calendulazalf mee en verband met instructies. Ik ben bijna misselijk van de narigheid. Drie dagen later ziet de huid er bijna genezen uit – geen infectie en alleen in de plooi van de elleboog is het nog open maar het kind moet zijn arm blijven buigen. Het is ongelofelijk wat Calendula teweegbrengt! Het had het manneke zijn leven kunnen kosten. En je kunt het de ouders eigenlijk niet kwalijk nemen, de afstanden zijn gewoon een heel erg groot probleem.
Op een middag komt een gezellige moeke de praktijk binnen wandelen, ze is aardig rond. Dat valt meteen op, de mensen zijn over het algemeen aan de magere kant door het eenzijdige voedsel en het harde werken. Ik weet niet eens meer waar ze voor kwam, maar wat me opviel was de mededeling in haar dossier: tien kinderen – vijf overleden. Een week of zes terug is haar kleindochter overleden. Je zult het allemaal maar te verwerken krijgen. Kinderen zijn een kostbaar bezit, ook hier in Malawi, maar ook heel fragiel! En als je ziet hoe liefdevol de moeders met hun omslagdoek een snotneus afvegen voel je de toewijding.
Intussen heb ik mister Warren gesproken – hij is sinds ruim anderhalf jaar de manager en neemt voor Jacqueline de zaken waar. Het is een ontzettend aardige man. Hij nam me met een gewichtig gezicht apart en begon me uitvoerig te bedanken – voor mijn komst, mijn inzet, mijn toewijding, het vele geld en de goede gaven die ik mee had genomen en hij vond dat ik net als Jacqueline maar Malawiër moest worden en mijn familie over moest laten komen. “We kunnen je hier niet missen!” Ik voelde me haast een beetje klein worden tijdens deze lofrede maar begreep dat mister Warren het met zijn hele hart meende. Ik beloofde hem dat ik zo gauw ik weer tijd en geld heb, terug kom. “Doe maar in December”, zei hij, “Dan zingen we Halleluja voor je!” Het voelt goed om je zo welkom te voelen.

DSC01090

Jacqueline

Het laatste weekeinde ben ik de gast geweest van Jacqueline en haar man John. We hebben de dagen doorgebracht aan het meer van Malawi. Stel je voor: een meer dat bijna twee keer zo groot is als Nederland, een wit palmenstrand, golfjes als aan de zee en helderschoon zoet water! We hebben het fantastisch gehad – het was een wondermooie afsluiting van deze maand intensief werken op het Eva Demaya Centre.

DSC01114

laatste weekend relaxen

DSC01121

en zo varen ze met een uitgeholde boomstam

Ik besef opnieuw dat Jacqueline in de afgelopen dertien jaar een mega-project op poten heeft gezet. Het Eva Demaya Centre is een baken van hoop voor de wijde omgeving. Er wordt hard gewerkt aan uitbreiding van de gezondheidszorg naar het arme noorden van het land. Er wordt heel hard aan educatie gewerkt. De mensen zijn trots op wat ze geleerd hebben en gaan aan de slag. Wat mij betreft: zo gauw ik tijd en geld heb ga ik weer!
En als afsluiting lieve mensen: mijn innige dank voor alle goede gaven, het geld, de BH’s, de verbandmiddelen, de vliegreis, dat alles bij elkaar heeft het voor mij mogelijk gemaakt om zovéél hulp te bieden, nogmaals: mijn innige dank uit naam van onze medemensen die zo onvoorstelbaar weinig hebben!
Zo gauw ik tijd en geld heb, ga ik weer – zo mogelijk samen met Bart die daar als techneut ook veel kan betekenen.

Een hartelijke groet,
Gijsje Drost